Zeg, de anderen vragen hoe het met je is. Nee, je bent niet de beste voetballer maar je wordt gemist. Kom je bonjour zeggen?

Jan. Kloeke gast van 1m80. Letterlijk een zwaargewicht maar figuurlijk o zo fragiel manneke. Beschaamd. Onzeker. Werkwoorden willen en moeten. Aandacht. Jan denkt dat de grootste roeper het meest wordt gehoord. 

Jan had vroeger alles. Pa betaalde auto, pc, gsm, merkkledij. Pa had geld maar geen tijd. Jan had te veel tijd doordat zijn pa er niet was. Tijd maar eenzaam. Jan volgde het voorbeeld van zijn pa. Hij kocht vrienden. Geld tekort, geen probleem. Vervoer nodig: welkom. Alles om niet eenzaam te zijn. 

Schone – dure – liedjes blijven niet duren. Teveel gekocht voor teveel foute mensen. De gevangenis. Weg alle luxe. Hoe overleven met alleen jezelf als cadeau. Vader was beschaamd. Geldkraan dicht. In de gevangenis heeft een mens tijd om na te denken. Over pa maar vooral over zichzelf. 

Plots sterft vader. Jan is te laat. 

Na de gevangenis, de opvang. Familie? Jan is content om tussen mensen te zitten, een eigen kamer te hebben. Jan wil erbij horen. Hij wil werken. Hij wil eer betonen aan zijn vader. Hij gaat mee voetballen met een gast van de opvang. Jan is niet tevreden over zijn voetbal tenue. ’t Spant. “Charlotte, ze gaan lachen met mij.” Erbij willen horen is toch hét doel? “Jan, na wat trainingen zal dat tenue’ke minder spannen. Anders doe er een hesje boven.” Ook een man kan ijdel zijn, ik begrijp dat. Tijdens de pauze wat drinken. In de homeless cup pakken we dat serieus aan. Enkel water. Kraantjeswater. Jan kijkt raar. “Charlotte, ik ben verslaafd aan cola. Ik ga wel ’n fleske betalen. Ik kan dat. ” Jan zal rapper in zijn voetbal tenue kunnen dan ie denkt. Drie uur geen cola drinken! Jan weet niet of hij nu moet lachen of niet. Na de training een soepke. Jan zit Charlotte letterlijk op de hielen. Hij zal dat doen van werk. Hij wil haar telefoonnummer. Hij vindt dat de trainer wel streng is voor hem. Hebben de andere niet teveel gelachen?

Het moet gezegd worden: Jan heeft hét talent, hét talent om iemand op de zenuwen te werken. Het is ook een talent. Wel een talent dat maakt dat anderen lopen van hem. En hij wil er nét bij horen. Hoewel… Op de foto met de anderen? “Nee, ik ben gene stuntel.” Jan krijgt nu alle tijd van Charlotte. Tijd voor een klapke. Een klapke dat deugd doet maar ook doet nadenken. Weglopen of niet? Charlotte is fan van velcro. 

De start van vele gesprekken. Jan wil wel maar ’t lukt niet. Vermageren wel. Werken ook. Volhouden niet. Pa zit ertussen. Jan wil geen vrienden delen. Jan ziet zichzelf niet graag. “Mijn pa toch ook niet?” En ma? Voetbal is schoon maar lost de fond van het probleem niet op. Opname? “Nee, geen opname. Ik moet vooruit. M’n pa zou dat gewild hebben. M’n pa werkte constant. Ik dus ook.” “Jan, al gedacht dat je pa ook iemands kind was?” 

Na een jaar toch opname. Nee, geen contact. Met niemand. Plots zie ik Jan op straat. Ik roep en spurt ernaar toe. “Man, content van je te zien!” Flikkering in de ogen. Er komt water in de ogen. Dus een knuffel. “Heb je tijd?” Tuurlijk. Jan is niet langer opgenomen maar wordt begeleid. “ Ik heb ’t door, maar het is niet gemakkelijk. Ben je niet kwaad?” “Jan, chapeau, chapeau, chapeau! Zeg, de anderen vragen hoe het met je is. Nee, je bent niet de beste voetballer maar je wordt gemist. Kom je bonjour zeggen? Of mag ik de groeten doen van je?” Jan knikt heftig. Hij wil me nog iets vertellen maar hij twijfelt. Eigenlijk een geheim. Eerder iets van een surprise. Jan is gestart met start to run samen met een begeleidster. Waarom? Voor mijn conditie, dat ik later beter mee kan in ’t voetbal en ‘k vermager ook. Tijdens het lopen, praat het ook makkelijker. ’t Moet gezegd worden, Jan straalt. 

Ik neem contact op met zijn begeleidster om haar ’n dikke merci te zeggen. Jan heeft wel geen schoenen, geen goede schoenen. Ok. Jan krijgt van ons échte schoenen. Hij kan die ook gebruiken als ie terug komt om te voetballen. Alles wordt geregeld met de begeleidster. Jan weet van niets. Onze surprise. 

Een paar weken later staat Jan voor mij. Ik krijg een knuffel.” Ik ga nu eerst nog wat verder trainen en dan kom ik terug. Doe de groeten aan de maten é.” 

Lap, er komt water in mijn ogen. 

-- Charlotte