Over de Belgian Homeless Cup

Q: Wat is de Belgian Homeless Cup?

A: De BHC is een sociaal-sportieve voetbalcompetitie voor dak- en thuislozen. Het wil deze doelgroep via sport stimuleren om opnieuw aansluiting te vinden bij de samenleving. 

Q: Hoe passen de tornooien in dit plaatje?

A: Met dit tornooi willen we dak- en thuisloze mensen opnieuw geloof in zichzelf bijbrengen. Door ze mee te nemen in de positieve dynamiek van het voetbal kunnen deze mensen opnieuw vertrouwen en sociale vaardigheden  verwerven en bovenal geloven en vertrouwen in een nieuwe toekomst.

Q: Wie doet er mee aan aan de Belgian Homeless Cup?

A: Sommige van onze spelers hebben letterlijk geen dak boven hun hoofd (dakloos), andere hebben dit wel, maar een huis is nog geen thuis (thuisloos)!

Thuisloosheid is namelijk meer dan een woonprobleem. En wonen is meer dan onderdak hebben. Wonen betekent ook geborgenheid, veiligheid, privacy, identiteit, verankering, sociale netwerken, familie, omgeving, buurt… en gezond leven: een plek om te koken, te eten, zich te verzorgen, te slapen, uit te zieken wanneer dat nodig is.

Onder thuislozen begrijpen wij bijvoorbeeld ook:

  • mensen zonder papieren
  • mensen met een alcohol- of drugverslaving
  • slachtoffers van huisjesmelkerij
  • ...

 Achter elk gezicht zit een verhaal. Dak- of thuisloosheid kan iedereen overkomen, het volstaat dat op een verkeerd moment verkeerde keuzes gemaakt worden, of dat een ongelukkige samenloop van omstandigheden voor een ingrijpende verandering zorgt.

Onze spelers hebben de moed om te veranderen en om een uitdaging aan te gaan en zijn zo een voorbeeld voor anderen.


Dak en thuisloosheid

Q: Wat is dak- en thuisloosheid?

A: Dak- of thuisloos wordt je niet zomaar. Er gaat een proces van verlies van bindingen en uitsluiting aan vooraf. Een proces waarin mensen ontankerd raken. Het treft vooral mensen in kwetsbare situaties.

Q: Wist je trouwens dat...? (*)

R: • In 2010 behoorde 15,3% (ongeveer 1 op 7 personen) van de Belgische bevolking tot de groep met een armoederisico op basis van het inkomen. In absolute cijfers komt dit overeen met 1.656.800 personen. 

• Eind 2012 zijn er in Vlaanderen 147.196 sociale woongelegenheden verhuurd (of in renovatie) door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en de 90 Sociale Huisvestingsmaatschappijen (SHM's). Eind 2012 waren er 107.351 unieke kandidaat-huurders ingeschreven op de wachtlijsten van de sociale huisvestingsmaatschappijen in Vlaanderen. 

In 2011 telden de sociale huisvestingsmaatschappijen van het Waalse Gewest 99.634 sociale woningen. Op 31 december 2012 stonden er 37.983 kandidaat-huurders op de wachtlijst. In het kader van de gemeentelijke bevoegdheden inzake huisvesting 2012-2013, heeft de Regering aan de gemeenten gevraagd om te voorzien in publieke huisvesting op hun grondgebied. Volgens cijfers van februari 2009, telden de Sociétés de Logements du Service Public, de Direction Général Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie, de Fonds du Logement Wallon, de SVK's, de gemeenten en OCMW's in totaal 119.750 sociale woningen (transitwoningen, integratiewoningen, sociale woningen, middelgrote woningen, huisvesting voor bejaarden).  Deze woningen zijn ongelijk verspreid over de gemeenten en voldoen nog steeds niet aan de vraag voor lage inkomens huishoudens. 

Op 1 januari 2012 telde de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) 39.313 sociale woningen, waarvan 35.477 bewoond. Als men het aantal bewoonde woningen (35.477) optelt bij het aantal personen op de wachtlijst (38.928), kan gesteld worden dat er in het Brussels Gewest vraag is naar 74.405 sociale woningen. Dit impliceert dat er slechts aan de helft van de vraag voldaan is (47,7%). 

• In België bestaan geen enkele officiële cijfers i.v.m. het aantal daklozen, enkel schattingen van organisaties.
Het aantal daklozen in België wordt volgens FEANTSA geschat op 17.000 mensen (2003). Deze cijfers moeten echter met de nodige omzichtigheid gehanteerd worden aangezien er in België (net zoals in de rest van Europa) geen enkele officiële telling van het aantal daklozen bestaat. Eén van de belangrijkste problemen in dit verband is het feit dat dakloosheid verschillende verschijningsvormen kent en moeilijk kan gedefinieerd worden. Bovendien is het moeilijk de daklozen te bereiken. Dit heeft tot gevolg dat de beschikbare cijfers ofwel schattingen zijn, ofwel enkel betrekking hebben op het aantal bereikte daklozen via de opvang. Alhoewel men hierdoor een eerste beeld van de groep van daklozen krijgt, moet men zich er steeds van bewust zijn dat het werkelijke aantal daklozen hoger ligt, aangezien de daklozen die niet door de opvangvoorzieningen worden bereikt niet meegeteld worden.

• In België leeft een vijfde van de bevolking (22,6%) en bijna een derde van de populatie met een armoederisico op basis van het inkomen (30,6%) in een woning met structurele gebreken aan het dak, de ramen, deuren en muren of heeft geen bad/douche of geen toilet met waterspoeling of leeft in een donkere woning. 

• In 2012 deden 120.799 personen een beroep op één van de negen voedselbanken, die verenigd zijn in de Belgische Federatie van Voedselbanken. 

(*) Bron: vrij naar http://www.armoedebestrijding.be/cijfers.htm


Kort door de bocht?

Q: Dit is een mediageniek project dat niets aan de situatie van dak- en thuislozen verandert

A: Neen! Dit project brengt een structuur in het leven van de spelers en een doel om naar toe te werken. Zij worden gestimuleerd om aan hun situatie iets te veranderen: dit kan gaan om professionele activering (volgen van een opleiding, zoeken naar werk) of om sociale activering (herstellen van familiebanden, opbouwen van een netwerk).

Q: Voetbalclubs zijn te professioneel om met thuislozenteams samen te werken

A: Neen! Zij beschikken net over expertise op voetbalvlak en een netwerk van partners en media. Omgekeerd engageren zij zich om een maatschappelijk engagement op te nemen.

Q: Dit is geen klassieke individuele hulpverlening!

A: Inderdaad.

Deelnemers aan de BHC zijn in de eerste plaats spelers. Door hen te betrekken en kansen te bieden om in groep aan een doel te werken en door hen verantwoordelijkheden te geven worden wel het pad geëffend voor toeleiding tot hulpverlening of tot opleiding of werk.

Zij leren vaardigheden en attitudes aan die hen van pas komen in hun directe omgeving maar ook in een werkomgeving.

Er wordt dan ook geen intake gedaan. De hulpverleners nemen een vertrouwenspositie in en werken vanuit ervaringsgericht leren.

Q: Beter geld aan huisvesting geven dan aan een dom potje voetbal

A: Dit is geen of/of verhaal, maar een én/én verhaal. Een huis is nog geen thuis, en dat is wat veel van onze spelers ontbreken. Een plaats waar ze zich kunnen inzetten, waar ze onder vrienden en waar ze een plek hebben.

Ons project kost inderdaad geld, maar brengt indirect ook op.

Wij zijn er van overtuigd dat betrokkenheid van dak- en thuislozen in ons project opnames in nachtopvang, crisisopvang, gevangenis, psychische voorzieningen enz vermindert en soms zelfs vermijdt.

Maar ook door de inschakeling van thuislozen in de arbeidsmarkt wordt een financiële return van het project gerealiseerd.

Q: Dat de beste mogen winnen!

A: Ja!

Maar het gaat in onze tornooien niet alleen over de sterkste voetbaltechnische ploeg. Spelers en teams die moed tonen om iets aan hun situatie iets veranderen, om zich in te zetten voor een individuele verbetering en het belang van de groep, zijn ook winnaars. Door de afweging van sociale en sportieve scores maakt iedere ploeg kans om het tornooi te winnen.